Als je nu al meer opwekt dan je zelf verbruikt, levert opslag meer op dan extra panelen. Wek je nog minder op dan je verbruikt, dan zijn panelen de betere investering.
Het omslagpunt ligt bij de vraag of je opgewekte stroom nog een plek heeft in je eigen huis.
Waarom extra panelen na 2027 minder opleveren
Tot en met 2026 maakt het niet uit waar je zonnestroom heen gaat. Salderen levert je hetzelfde op als direct verbruiken.
Vanaf januari verandert dat. Stroom die je direct verbruikt bespaart je de volle prijs van ongeveer €0,30 per kilowattuur. Stroom die je teruglevert brengt netto vaak maar enkele centen op.
Een extra paneel dat alleen maar zorgt voor méér teruglevering levert je dus ongeveer een tiende op van wat het vroeger deed.
Wanneer panelen wél de betere keuze zijn
Je verbruikt meer dan je opwekt. Elke extra kilowattuur die je opwekt vervangt dan een kilowattuur die je anders van het net had gehaald. Volle waarde, geen teruglevering.
Je hebt een warmtepomp of laadpaal. Die verhogen je verbruik zo fors dat extra opwek direct wordt opgesoupeerd.
Je dak is nog niet vol. Panelen zijn per euro nog steeds de goedkoopste manier om zonnestroom te maken. Zolang je die stroom kunt gebruiken, wint dat het van opslag.
Wanneer opslag wint
Je levert veel terug. Lever je meer dan 2.500 kWh per jaar terug, dan is er genoeg om op te slaan om een batterij vol te krijgen. Extra panelen zouden dat overschot alleen vergroten.
Je verbruikt ’s avonds veel. Een batterij verschuift je zonnestroom naar het moment dat je hem gebruikt. Zonder avondverbruik werkt dat niet.
Je hebt een dynamisch contract. Dan verdien je bovenop het eigenverbruik ook aan het verschil tussen goedkope en dure uren. Panelen kunnen dat niet.
De vergelijking naast elkaar
Uitgangspunt: een huishouden met twaalf panelen, 3.500 kWh verbruik en zo’n 2.650 kWh teruglevering.
| 6 extra panelen | Batterij 10 kWh | |
|---|---|---|
| Investering | ± € 2.400 | ± € 6.500 |
| Extra opwek | + 2.040 kWh | 0 |
| Waarvan zelf verbruikt | ± 200 kWh | ± 1.800 kWh |
| Opbrengst per jaar | ± € 105 | ± € 450 |
| Terugverdientijd | ± 23 jaar | ± 14 jaar |
De extra panelen wekken meer op, maar bijna alles daarvan gaat het net op waar het weinig waard is. De batterij wekt niets op, maar verplaatst stroom die je al had naar het moment dat hij €0,30 waard is.
Bij een dynamisch contract verschuift dat verder in het voordeel van de batterij: dan komt de terugverdientijd op ongeveer negen jaar.
Het omslagpunt
Vuistregel: kun je meer dan tachtig procent van wat je extra opwekt zelf verbruiken, kies dan panelen. Kun je dat niet, kies dan opslag.
Praktisch vertaald: is je dak nog niet vol én verbruik je meer dan je opwekt, dan eerst panelen. Wek je al meer op dan je verbruikt, dan eerst opslag.
Allebei doen
Voor veel huishoudens is de volgorde belangrijker dan de keuze. Vul eerst je dak tot je genoeg opwekt voor je jaarverbruik, en investeer daarna in opslag om die opwek op het juiste moment beschikbaar te maken.
Andersom werkt slechter: een batterij bij een kleine installatie staat vaak leeg.
Kort samengevat
- Wek je minder op dan je verbruikt: kies extra panelen
- Wek je meer op dan je verbruikt: kies opslag
- Het omslagpunt ligt bij tachtig procent zelf verbruikte extra opwek
- Panelen zijn goedkoper per kWh, maar alleen waardevol als je de stroom gebruikt
- Bij twijfel: eerst het dak vullen, daarna opslag
Bronnen: marktprijzen zonnepanelen en thuisbatterijen 2026, peildatum augustus 2026. Berekeningen op basis van 0,85 kWh per Wp per jaar.