Thuisbatterij

Hoeveel kWh thuisbatterij heb je nodig? Zo reken je het uit

De juiste capaciteit hangt af van je teruglevering, niet van je totale verbruik. Met vuistregel en rekenvoorbeelden per huishouden.

De meeste huishoudens komen uit op 5 tot 10 kWh. De vuistregel: neem het vermogen van je zonnepanelen in kWp en vermenigvuldig dat met 1 tot 1,5.

Zes panelen van 400 Wp is 2,4 kWp, dus ongeveer 2,4 tot 3,6 kWh. Twaalf panelen is 4,8 kWp, dus 5 tot 7 kWh.

Maar die vuistregel is een startpunt, geen antwoord. Wat er echt toe doet is hoeveel je terugleveert — niet hoeveel je verbruikt.

Reken met je teruglevering, niet met je verbruik

Dit is de fout die vrijwel iedereen maakt, en waar verkopers je makkelijk te groot mee verkopen.

Een batterij vangt de stroom op die je nu naar het net stuurt. Stroom die je overdag direct verbruikt komt nooit langs de batterij. Je capaciteit hoeft dus alleen te passen bij wat er nu wegvloeit.

Een gemiddeld huishouden verbruikt ongeveer 35% van de opgewekte stroom direct op het moment dat de zon schijnt. De rest gaat het net op. Bij twaalf panelen is dat ruwweg 2.600 kWh per jaar, oftewel zo’n 7 kWh op een goede zomerdag.

Precies dat getal is je richtlijn.

Per huishouden

Panelen Vermogen Teruglevering per jaar Passende capaciteit
8 3,2 kWp ± 1.700 kWh 4 tot 5 kWh
12 4,8 kWp ± 2.600 kWh 5 tot 7 kWh
16 6,4 kWp ± 3.500 kWh 7 tot 10 kWh
20 8,0 kWp ± 4.400 kWh 10 tot 13 kWh

Deze cijfers gaan uit van panelen van 400 Wp, een opbrengst van 0,85 kWh per Wp per jaar en 35% direct eigenverbruik. Wijkt jouw situatie af, dan verschuift de uitkomst.

Waarom te groot kopen geld kost

Een batterij die je nooit volledig vult, verdient zichzelf nooit terug. Je betaalt per kWh capaciteit — afhankelijk van merk en formaat grofweg tussen de €270 en €1.270 — en capaciteit die leeg blijft levert niets op.

Een gangbare fout: iemand met een jaarverbruik van 3.500 kWh koopt een batterij van 15 kWh omdat dat “veiliger” voelt. In de praktijk vult die zich zelden verder dan de helft. De extra investering van een paar duizend euro verdient zich dan niet terug binnen de levensduur.

Te klein kopen kost je minder dan te groot kopen. Bij twijfel is de ondergrens van je bandbreedte de verstandigere keuze.

Wanneer je wel groter moet

Drie situaties verhogen je behoefte serieus:

Een warmtepomp. Die verbruikt vooral in de winter, wanneer je panelen het minst opwekken. Dat verhoogt je verbruik meer dan je opslagbehoefte, maar het verandert je hele verbruikspatroon en daarmee de berekening.

Een laadpaal. Een elektrische auto is in feite een tweede batterij. Laad je overdag thuis, dan gebruik je je zonnestroom direct en heb je juist mínder opslag nodig. Laad je ’s avonds, dan meer.

Een dynamisch contract. Dan verdien je niet alleen aan eigenverbruik maar ook aan het verschil tussen goedkope en dure uren. Extra capaciteit wordt dan sneller rendabel, omdat je ’m vaker rond kunt zetten.

Wat je nog moet nagaan

Capaciteit is niet het enige. Twee dingen die pas bij de offerte boven water komen:

Vermogen in kW. Dat bepaalt hoeveel apparaten tegelijk op de batterij kunnen draaien. Een grote capaciteit met een laag vermogen levert alsnog een teleurstellend resultaat als je oven, wasmachine en inductieplaat tegelijk aan staan.

Ruimte en meterkast. Een batterij heeft een plek nodig die droog is en niet te warm wordt, en je meterkast moet de aansluiting aankunnen. Dat is huisspecifiek en kan een installateur pas ter plaatse beoordelen.

Kort samengevat

  • Vuistregel: kWp × 1 tot 1,5
  • Reken met je teruglevering, niet met je totale verbruik
  • De meeste huishoudens komen uit op 5 tot 10 kWh
  • Te groot kopen kost geld; bij twijfel de ondergrens
  • Warmtepomp, laadpaal en een dynamisch contract veranderen de rekensom

Bronnen: marktprijzen thuisbatterijen 2026, peildatum augustus 2026. Rekenvoorbeelden op basis van gemiddeld Nederlands huishoudverbruik.

Gerelateerde artikelen