Vanaf 2027 krijg je voor teruggeleverde stroom een vergoeding van je leverancier. Maar veel leveranciers rekenen daarnaast terugleverkosten, en dat is een aparte post. Wie alleen naar de vergoeding kijkt, vergelijkt appels met peren.
Netto blijft er bij een jaarcontract meestal weinig over: schattingen komen uit op 0,24 tot 1,6 cent per kWh. Bij enkele kleinere aanbieders valt het zelfs negatief uit.
Twee posten, niet één
De terugleververgoeding is wat je krijgt per teruggeleverde kilowattuur. De wet stelt daar een ondergrens aan: tot 1 januari 2030 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, zonder energiebelasting en btw.
Let op dat woord “kale”. Het gaat om het tarief vóór belastingen. Betaal jij €0,30 aan de kassa, dan is het kale deel daarvan misschien €0,11. De minimumvergoeding ligt dan rond de €0,055 — niet rond de €0,15.
Terugleverkosten zijn wat de leverancier jou in rekening brengt voor het verwerken van je teruglevering. Soms een vast bedrag per maand, soms een staffel op basis van hoeveel je teruglevert. Deze kosten zijn niet wettelijk begrensd.
Het is dus mogelijk dat een leverancier een mooie vergoeding adverteert en dat via terugleverkosten weer terughaalt.
Waarom een dynamisch contract anders uitpakt
Bij een dynamisch contract verandert de prijs per uur. Je krijgt voor teruggeleverde stroom de marktprijs op dat moment, en die is midden op een zonnige dag laag — soms zelfs negatief.
Dat klinkt slechter, maar het pakt in combinatie met opslag juist beter uit. Je laadt je batterij op goedkope uren en ontlaadt hem als de prijs hoog is. Dan verdien je aan het verschil in plaats van aan de vergoeding.
Bovendien rekenen dynamische leveranciers vaker geen of lagere terugleverkosten.
Zonder batterij is een dynamisch contract met veel teruglevering meestal geen verbetering. Met batterij en sturing wel.
Hoe je contracten eerlijk vergelijkt
Vraag elke leverancier om drie dingen apart op papier:
- Het leveringstarief per kWh, inclusief en exclusief belastingen
- De terugleververgoeding per kWh
- De terugleverkosten, en op welke basis die worden berekend
Reken dan je eigen situatie door: aantal kWh teruglevering per jaar maal de vergoeding, min de terugleverkosten. Dat is je werkelijke opbrengst.
Doe dat voor minstens drie aanbieders. Het verschil tussen de beste en de slechtste is bij veel teruglevering makkelijk honderd euro per jaar.
Waar je op moet letten
Contracten die doorlopen tot na 1 januari 2027. Sluit je nu een meerjarencontract, vraag dan expliciet welke voorwaarden er vanaf 2027 gelden. Sommige contracten laten dat open.
Staffels. Een leverancier kan lage terugleverkosten rekenen tot een bepaald volume en daarboven fors meer. Bij een grote installatie zit je snel in de hoogste staffel.
Voorwaarden die eenzijdig gewijzigd kunnen worden. Gebruikelijk, maar het betekent dat een aantrekkelijk aanbod van vandaag over een jaar anders kan zijn.
Wat je nu kunt doen
Tot en met 31 december 2026 saldeer je nog volledig. Er is dus geen haast om over te stappen — je huidige contract is dit jaar waarschijnlijk prima.
Wat wel zinvol is: nagaan wanneer je contract afloopt, en of je vóór januari nog kunt kiezen. Loopt je contract door tot ver in 2027, dan zit je vast aan voorwaarden die je nu misschien nog kunt verbeteren.
Kort samengevat
- Vergoeding en terugleverkosten zijn twee aparte posten
- De wettelijke ondergrens is 50 procent van het kale leveringstarief tot 2030
- Netto blijft er bij een jaarcontract vaak 0,24 tot 1,6 cent per kWh over
- Vraag altijd beide bedragen apart op
- Een dynamisch contract loont vooral in combinatie met opslag
Bronnen: Wet beëindiging salderingsregeling. Overzicht gepubliceerde terugleververgoedingen 2027, peildatum augustus 2026. Tarieven verschillen per leverancier en worden periodiek bijgesteld.