Controleer je rekentool
Vier veelgemaakte fouten in salderingsberekeningen
Een fout percentage, een ontbrekende grens of een subsidie die niet bestaat kan de uitkomst met honderden euro’s verschuiven. Hieronder staat per fout wat misgaat, welke regel wel geldt en wat het verschil in een controleerbaar rekenvoorbeeld is.
Fout 1
Rekenen met een afbouwpercentage
Wat er fout gaat
In verouderde schema’s circuleren percentages als 64%, 49% en 36% voor een afbouw tussen 2025 en 2031. Die plannen zijn nooit in werking getreden. Een berekening die in 2026 slechts een deel van de teruglevering saldeert, maakt de huidige opbrengst te laag.
Wat wel geldt
In 2026 saldeer je 100% tot de saldeergrens; op 1 januari 2027 stopt salderen volledig. De overgang is dus 100% naar 0%, niet een jaarlijkse afbouw. Bron:Rijksoverheiden deuitleg over het salderingspercentage.
Rekenvoorbeeld en financieel gevolg
Bij 12 panelen, 3.500 kWh jaarverbruik en € 0 per kWh is de teruglevering 2.652 kWh. Met de echte regels is die teruglevering in 2026 € 662 waard. Een fout model met 64% komt uit op € 491.
Financieel gevolg: de waarde in 2026 wordt € 172 te laag weergegeven en het verlies bij de overgang naar 2027 eveneens onderschat.
Fout 2
De saldeergrens overslaan
Wat er fout gaat
Sommige berekeningen waarderen alle teruggeleverde stroom in 2026 tegen het volledige leveringstarief. Dat klopt niet als je meer teruglevert dan je van het net afneemt. Het overschot boven je jaarafname krijgt ook vóór 2027 alleen de lagere terugleververgoeding.
Wat wel geldt
Salderen kan tot maximaal je jaarafname van het net. De juiste berekening bepaalt eerst het directe eigenverbruik, daarna de netafname en begrenst het saldeerbare deel daarop. Bron:Rijksoverheidenonze formule.
Rekenvoorbeeld en financieel gevolg
Met 24 panelen en 3.500 kWh jaarverbruik wordt 5.304 kWh teruggeleverd, maar slechts 644 kWh is saldeerbaar. De correcte verliesberekening is € 413 per jaar. Zonder saldeergrens wordt dat € 1.485.
Financieel gevolg: het jaarlijkse verlies wordt in dit voorbeeld € 1.072 te hoog voorgesteld.
Fout 3
De bruto terugleververgoeding gebruiken
Wat er fout gaat
De geadverteerde vergoeding per kWh wordt soms rechtstreeks vermenigvuldigd met de teruglevering. Terugleverkosten zijn echter een aparte post: een vaste maandprijs of staffel kan een groot deel van die bruto vergoeding weer wegnemen.
Wat wel geldt
Vergelijk contracten op netto opbrengst: teruglevering maal de vergoeding, min alle terugleverkosten. De wettelijke minimumvergoeding is tot 2030 50% van het kale leveringstarief, maar die ondergrens begrenst de aparte terugleverkosten niet. Bron: Wet beëindiging salderingsregeling en het overzicht vanterugleververgoeding en terugleverkosten.
Rekenvoorbeeld en financieel gevolg
Bij 3.000 kWh teruglevering levert 5,5 cent bruto € 165 op. Met de gepubliceerde netto band van 0,24 tot 1,6 cent per kWh blijft slechts € 7 tot € 48 over, afhankelijk van het contract.
Financieel gevolg: rekenen met bruto in plaats van netto overschat de jaaropbrengst hier met € 117 tot € 158.
Fout 4
ISDE noemen voor thuisbatterijen
Wat er fout gaat
Een berekening trekt soms een vermeende ISDE-bijdrage van de aanschafprijs van een thuisbatterij af. Daarmee lijkt de investering lager en de terugverdientijd korter dan werkelijk.
Wat wel geldt
De ISDE voor woningeigenaren dekt onder meer warmtepompen, zonneboilers en isolatiemaatregelen, maar geen particuliere batterijopslag. Btw-teruggave en een lening via het Nationaal Warmtefonds zijn andere regelingen en mogen niet als ISDE worden gepresenteerd. Bron:RVOen de uitleg oversubsidie voor thuisbatterijen.
Rekenvoorbeeld en financieel gevolg
Neem een batterij van € 6.500. Een fout model dat daar bij wijze van voorbeeld € 1.000 “ISDE” van aftrekt, toont een netto investering van € 5.500. De werkelijke ISDE voor die batterij is € 0.
Financieel gevolg: er ontstaat een financieringsgat van € 1.000 en de berekende terugverdientijd is te kort.